|
|
|
Archeologie en Publiek
jaargang 1 nummer 1, december 1990
VERSLAG VAP-THEMADAG 'ARCHEON EN DE VERBEELDING VAN HET VERLEDEN'
Samenvattend verslag van de VAP-themadag op 1 juni 1990 te Alphen aan den Rijn.
Sandra Marsfelder
Sprekers: drs. D.P. Hallewas, dr. G.F. IJzereef, dr. G.J. Verwers. Forumleden: drs. M.E.Th. de Grooth, drs. J. Zom, drs. D.P. Hallewas, dr. G.F. IJzereef, dr. G.J. Verwers. Gespreksleider: drs. E.J. van Ginkel.
'Dat is een goede zaak om archeologie en publiek nader bij elkaar te brengen'. Met deze woorden opende de heer M. Paats, burgemeester van Alphen aan den Rijn, heel toepasselijk de eerste VAP-themadag op 1 juni. Deze themadag over Archeon en de verbeelding van het verleden was georganiseerd in samenwerking met Stichting Archeon.
De poorten van Archeon, het eerste archeologische themapark in Nederland, zullen in 1993 te Alphen aan den Rijn geopend worden. Voordat dit bereikt kon worden, heeft het Archeon-project een lange weg moeten afleggen. Een weg, volgens drs. D.P. Hallewas, vice-voorzitter van de Stichting Archeon, met veel accentverschuivingen. Hierbij bleven de oorspronkelijke ideeën in essentie dezelfde. Deze ideeën werden in eerste instantie geformuleerd in de oudste planbeschrijving, in december 1977 door de initiatiefnemer, ing. D. Buining, opgesteld. Kernpunt daarin was dat 'begrip van het leven van de mens in het verleden leidt tot begrip van de huidige mens, meevoelen met onze voorouders voert tot nieuwe waardering voor de natuur, en het onderdeel dat de mens daarvan uitmaakt'. Middelen waarmee dit bereikt kan worden waren volgens hem leefgroepen, werkwinkels, excursies, natuurbezoek en experimenten. Het accent lag in die tijd duidelijk op de milieu-educatie.
Op 29 september 1978 werd de Stichting voor Experimentele Archeologie en Educatieve Vorming opgericht. In het stichtingsbestuur zijn het Rijksmuseum van Oudheden, de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en het Instituut voor Natuureducatie statutair vertegenwoordigd; prof.dr. L.P. Louwe Kooijmans was de eerste voorzitter. De doelstelling van de stichting is 'het bevorderen van kennis, inzicht en waardering voor de menselijke samenleving, in relatie tot het natuurlijke leefmilieu, vroeger en nu'. Er is een viertal middelen om dit doel te bereiken, waarvan de belangrijkste is 'het demonstreren van de pre- en protohistorie, speciaal van Nederland, in de vorm van reconstructies op ware grootte in een archeologisch openluchtmuseum'. In de uitwerking is een driedeling te onderscheiden. Het project, dat voorlopig 'Prehistorisch Centrum' werd gedoopt, bestond uit een openluchtmuseum, leefruimten en een proefstation voor experimentele archeologie. Op deze aanzetten volgde een periode van gesleutel aan de plannen: er werden financiële en personele ramingen gemaakt en er werd naar een stuk grond en geld gezocht. In 1984 vond de werkelijke doorbraak plaats. Het idee ontstond om in het museale deel een beeld te geven van de hele Nederlandse pre- en protohistorie. Dit was alleen mogelijk als er veel bezoekers zouden komen voor het museale onderdeel. Het leidde tot de keuze van een terrein van 1000 bij 500 meter. In de hele verdere planontwikkeling heeft het inrichtingsplan voor een rechthoekig kavel zijn sporen achtergelaten. Gaandeweg kwam overigens de nadruk te liggen op het museale aspect en werd het element milieu-educatie minder belangrijk. Uiteindelijk werden de kaarten op een terrein in Alphen aan den Rijn gezet. Een van de overwegingen daarvoor was de gunstige locatie in het land voor het trekken van publiek. Deze keuze bracht ook inhoudelijk een nieuw aspect met zich mee. Door een samenwerkingsverband met de Stichting Forum Romanum Albanianae werden de Romeinse schepen van Zwammerdam in het inrichtingsplan opgenomen. Het plaatselijke bedrijfsleven, gebundeld in de Stichting Vrienden van Archeon, was bereid om noodzakelijk onderzoek te financieren. Zo was het mogelijk om in nauwe samenwerking met de gemeente door het tuin- en landschapsarchitectenbureau Bakker en Bleeker een structuurplan te laten ontwikkelen. De resultaten werden in 1987 gepresenteerd in een brochure. Het park kreeg toen ook een naam: Archeon.
Het structuurplan werd spoedig gevolgd door een onderzoek van het Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme (NRIT) naar de toekomstige bezoekers. Intussen werd het Projectbureau Archeon opgericht, met ing. J.J. de Back en dr. G.F. IJzereef als drijvende krachten. De daarop volgende mijlpalen waren de bereidheid van Project Ontwikkelings Maatschappij AMRO om 57 miljoen in het project te investeren en een principe-besluit van de gemeente Alphen aan den Rijn om het plan daar mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot de oprichting van Stichting Archeon, die de eigenaar is van de gelijktijdig gestichte Archeon Beheer BV.
Inmiddels schrijven we het jaar 1990. Het Archeon-project heeft zijn volwassenheid bereikt. Er zijn vanaf 1977 veel accentverschuivingen geweest, maar toch zijn de oorspronkelijke gedachten dezelfde gebleven.
Structuur en inhoud van Archeon
Hoe het park nu werkelijk zal worden opgebouwd en inhoudelijk ingevuld, werd door IJzereef, in zijn functie van directeur Archeon Beheer BV, aan de deelnemers van de themadag toegelicht. Archeon wordt een landschapspark waarin een grootschalige presentatie van archeologische reconstructies te zien zal zijn. Het park is verdeeld in drie hoofdperioden: Prehistorie, Romeinse Tijd en Middeleeuwen. Getracht zal worden een zo compleet mogelijk beeld te geven van het verleden van Nederland.
Er is een aantal elementen die ten grondslag liggen aan het geheel. Allereerst is er een groot modern hoofdgebouw waarin, door middel van een 'tijdmachine' en een audiovisuele presentatie, een beeld wordt gegeven van het Paleolithicum. Tevens zal hier een antwoord gegeven worden op de vraag: 'Wat is archeologie?' Vanuit dit entreegebouw kan de bezoeker naar buiten gaan en de reis door de tijd te voet, per boot of bus vervolgen. Buiten in het park staan de archeologische reconstructies centraal. De reconstructies worden gebouwd in het landschapstype dat kenmerkend is voor de betreffende periode. Door de toepassing van hoogteverschillen en diverse typen van beplanting worden de perioden van elkaar gescheiden. Omdat de drie groepen reconstructies een introductie en nadere informatie nodig hebben, krijgen zij ieder een eigen presentatiegebouw. Hier worden voor de perioden specifieke kenmerken zoals sociale verhoudingen en economische en technologische processen nader toegelicht. In tegenstelling tot de archeologische musea worden bij deze presentaties geen orginele voorwerpen gebruikt.
In het prehistorische gebied komen vele objecten, zoals een mesolithisch dorpje, hunebedden, grafheuvels en diverse dorpen uit Bronstijd en IJzertijd voor. In de Romeinse periode zal getracht worden een zo compleet mogelijke stad aan te leggen. Daarin zullen onder andere te zien zijn: een badhuis, een herberg, woonhuizen, winkels, een tempel, bruggen, wegen, een amfitheater en een haven. In de sector Middeleeuwen zullen een motte, een grafveld en een veendorp gereconstrueerd worden. De ontginning van de Hollandse veengebieden wordt in het landschap weergegeven. Tevens zullen hier een laat-middeleeuwse stedelijke nederzetting en een kloostercomplex een plaats krijgen. Archeon richt zich speciaal op het grote publiek en zal zoveel mogelijk de gemaakte reconstructies verlevendigen. Dit gebeurt door een aantal mensen in aan de tijd aangepaste kleding te laten 'leven' in het park. Deze mensen zullen hun dagelijkse bezigheden tonen zoals het maken van gereedschappen, het bewerken van akkers en het verzorgen van vee. De bezoeker kan ook meedoen aan de diverse activiteiten en onderweg zelfs proeven van tijdgebonden etenswaren en dranken. Ook bouwen de 'bewoners' van het park tijdens de openingsuren door aan de reconstructies in het park. Bij de opening zal namelijk pas een gedeelte van Archeon klaar zijn; in het andere gedeelte begint men met het bouwen van de reconstructies na de opening. Het bouwen zelf wordt in de vorm van experimenteel-archeologische projecten in wetenschappelijke rapporten vastgelegd.
In het themapark is dan ook plaats voor een experimenteel centrum, waar weinig publiek zal worden toegelaten en waar onder andere experimenten op akkers met diverse bodems zullen worden uitgevoerd en geregistreerd. Speciaal voor (school)kinderen zal Archeon een educatief erf bouwen, waar reconstructies uit verschillende perioden te zien zijn. Hier kan de bezoeker zelf de activiteiten van vroeger meebeleven. Men kan er eventueel enige dagen verblijven en zo aan den lijve het verleden meemaken.
Archeon en de (milieu)reconstructies
Zoals eerder vermeld worden de reconstructies gebouwd in het landschapstype dat kenmerkend is voor de betreffende periode. Dit zal volgens IJzereef nog op vele problemen stuiten. Sommige landschappen zijn niet volledig te reconstrueren. In veengebieden bijvoorbeeld zullen pompen en andere technische middelen gebruikt moeten worden. Daarnaast is er het probleem dat het huidige landschap sterk verontreinigd is. Hoe ver kan men dan wel gaan bij een landschappelijke reconstructie? Kan er bijvoorbeeld een stuk Limburgs heuvellandschap gemaakt worden? Er kan hoogstens een klein aantal zaken aangeduid worden. Volgens Hallewas moet men het positief bekijken: 50% van de ondergrond is aanwezig, de rest zal zich bij benadering laten vormen. Duidelijk is in ieder geval dat de landschapsreconstructie (nog) een heet hangijzer is, waar de gedachten nog over moeten worden gevormd. Er worden in ieder geval landschapsdeskundigen aangetrokken. Niet alleen het reconstrueren van de flora, maar ook van de fauna kent zijn beperkingen. De echte dieren zijn nooit meer terug te krijgen. Een ander probleem is dat ondanks de aanwezigheid van een extra ruimte om de dieren te plaatsen, die ruimte te beperkt is; dit geldt zeker voor rundvee en paarden. De grootte van het park wordt circa 60 ha, terwijl voor één nederzetting al circa 100 ha nodig is. Noodzakelijk is dan ook deze beperkingen te registreren en uit te leggen aan het publiek. Een geschikte plaats hiervoor is het hoofdgebouw, de entree van het park. Hier moet aan het publiek een uitgebreide toelichting gegeven worden waarom bepaalde zaken wel of niet gekozen zijn. Veel aanwezigen op de themadag wezen herhaaldelijk en met nadruk op de noodzaak van die verantwoording. Niet alleen moet aangegeven worden dat het gepresenteerde beeld van het verleden fragmentarisch is, maar ook dat dit beeld kan veranderen. Wat de bezoekers op een bepaald moment te zien krijgen, is de stand van zaken in de wetenschap op dat moment. Theorieën over een nederzetting kunnen over circa twintig jaar achterhaald zijn. De plaats om deze veranderingen aan te geven is de vaste opstelling in het hoofdgebouw. Een reconstructie in het park zelf afbreken en vernieuwen is waarschijnlijk te kostbaar. Wel kunnen nieuwe reconstructies naast oude geplaatst worden. Daarbij moet opgemerkt worden dat de gemiddelde levensduur van houten huizen in een nat klimaat ongeveer 25 jaar is. Zo blijft men voortdurend aan het bouwen en verenigt men het nuttige met het aangename.
Tijdens de forumdiscussie stelde drs. M.E.Th. de Grooth dat men niet de pretentie dat men verantwoord bezig is, moet laten overheersen door de financiële haalbaarheid van het project. Tegenover dit geluid uit de archeologische hoek stond de waarschuwing van drs. J. Zom, directeur van het NRIT, dat Archeon voor zijn voortbestaan is aangewezen op het trekken van een zo groot mogelijk publiek. Dit publiek wil op een recreatieve manier kennismaken met de archeologie: het wil op een leuke manier een idee krijgen hoe de mensen vroeger geleefd hebben. Men stelt het wel op prijs dat alles wetenschappelijk verantwoord is, maar niet tot in de details. 'Wij moeten oppassen om niet te gaan redeneren vanuit een puur museale functie. Archeon is een park, geen openluchtmuseum', aldus Zom.
Archeon en de musea
Archeon is dus een themapark en geen openluchtmuseum. Wat is dan eigenlijk de relatie tussen Archeon en de musea? Volgens dr. G.J. Verwers, directeur van het RMO maar sprekend als secretaris van de Stichting Archeon, hebben Archeon en de musea dezelfde doelstelling: namelijk het publiek op de hoogte brengen van het archeologische verleden. Beide spreken echter een verschillende taal en zijn voor een gedeelte op een andere doelgroep gericht. Het is een feit dat de gemiddelde museumbezoekers mensen zijn met een iets hogere opleiding dan het landelijk gemiddelde. Vanuit de archeologische wereld wil men méér. Men wil niet alleen die traditionele museumbezoekers bereiken via tijdschriften, boeken, kranten en televisie. Het beeld van het verleden blijft op die manier 'passief' en moeilijk voor te stellen. Daar ligt nu juist de kracht van Archeon, waar het verleden 'in beweging' wordt gepresenteerd. Dat verleden wordt op die manier toegankelijk gemaakt voor mensen die niet tot de groep traditionele museumbezoekers behoren. Er zal een verantwoorde popularisering van de archeologie plaatsvinden. Belangrijk hierbij is de betrokkenheid van de archeologische wereld, waardoor het voor het publiek duidelijk wordt dat Archeon een wetenschappelijk verantwoord park is, en geen pretpark. Beide groepen bezoekers zullen elkaar voor een gedeelte overlappen of anders elkaar aanvullen.
Het verschil in belangstelling van de doelgroepen heeft dus te maken met een verschillende taal die Archeon en de musea spreken. Archeon is het verleden beleven. Er voltrekken zich processen, er is beweging. Het landschap is in schaal 1:1 aanwezig. Dit is onmogelijk in de musea, die daar overigens ook niet naar streven. De bezoeker komt er om authentieke voorwerpen te zien. Gedeeltelijk krijgt Archeon ook een museaal karakter doordat er objecten tentoongesteld zullen worden die voor de meeste musea te groot zijn, zoals de schepen van Zwammerdam.
Ondanks de verschillende rollen die Archeon en de musea spelen zal er een doorlopend intensief contact bestaan, mede omdat de beide boodschappen elkaar kunnen versterken. Aan de ene kant kan Archeon gebruik maken van de materiële cultuur zoals die is opgeslagen in de musea. Het park heeft informatie nodig, een soort voedingsbodem. Bovendien kan men bij het tonen van de replica's in de presentatiegebouwen verwijzen naar de orginelen binnen de museummuren. Aan de andere kant kunnen de musea in hun presentaties verwijzen naar Archeon of informatiemateriaal uit het park gebruiken. Archeon is dus duidelijk geen bedreiging voor de musea; het kan het museumbezoek zelfs stimuleren.
Archeon en het onderwijs
Een groot deel van de bezoekers waar Archeon zich op gaat richten, zal bestaan uit (school)kinderen. Hoe staat het derhalve met de 'archeo-educatie' binnen Archeon, met andere woorden: hoe kan Archeon kinderen bewust maken van het verleden en ze confronteren met de voortdurende bedreiging van archeologische bronnen? Volgens IJzereef zal worden nagestreefd om Archeon binnen het onderwijs een plaats te laten krijgen. Er wordt geschat dat per jaar ongeveer zesduizend (school)kinderen meerdere dagen op bezoek komen, en veertig- tot vijftigduizend één dag. Bij deze aantallen is rekening gehouden met bezuinigingen, waardoor onder andere de musea worden getroffen. In Assen is bijvoorbeeld een terugval in het museumbezoek geconstateerd doordat de school de bus niet meer kon betalen. Daar staat volgens IJzereef tegenover dat een bezoek aan Archeon iets anders is dan een dagje naar het museum.
Aan de scholen zal een onderwijspakket worden aangeboden, waar op dit moment deskundigen binnen Archeon al mee bezig zijn. Maar aan wie wordt dit pakket binnen de school aangeboden? Men richt zich primair altijd op de historici, terwijl ook geografen en biologen geïnteresseerd zijn. Een oplossing is het aanbieden van een geïntegreerd pakket. Helaas gaat dit in de praktijk meestal mis voor wat betreft het middelbaar onderwijs; op de basisschool wordt vaak meer geïntegreerd onderwijs gegeven.
Volgens De Grooth is er meer nodig dan dat, met name in de vorm van een goede voorbereiding vooraf en een follow-up. Dit kost veel tijd en energie. Docenten werken daar alleen aan mee als ze allereerst zelf plezier hebben in en interesse voor de archeologie. Een voorwaarde is bovendien dat het aangeboden lesprogramma niet alleen didactisch in orde is, maar ook is in te passen in het leerplan. Een goede samenwerking tussen leraren en archeo-educatoren zal van groot belang zijn.
Duidelijk is dat het onderwijs archeologie-minded gemaakt moet worden, iets wat overigens niet uitsluitend een taak is van Archeon.
Archeon als toeristisch-recreatief project
Tot slot wat cijfers die voortgekomen zijn uit het onderzoek naar de toekomstige bezoekers van Archeon. Zom heeft als directeur van het NRIT gekeken naar het te verwachten aantal bezoekers, hun verwachtingen en wensen en de prijs die ze voor hun kaartje zullen moeten gaan betalen. Uit het onderzoek bleek dat circa 750.000 mensen per jaar Archeon zullen gaan bezoeken. Veel aanwezigen op de themadag hadden hun twijfels over dit cijfer, ook omdat het onderzoek anderhalf jaar geleden is gehouden. Volgens Zom is hun scepsis ongegrond. Het afgelopen jaar is het bezoek aan themaparken met 5% toegenomen, waarbij het juist gaat om die parken die niet gericht zijn op pure ontspanning maar naast een recreatief ook een educatief en informatief karakter hebben. Die combinatie vindt het publiek kennelijk aantrekkelijk; veel mensen met vrije tijd zoeken recreatie met een goede fundering.
Verder is gebleken dat 60% van de bezoekers uit de Randstad zal komen. Volgens IJzereef is dit een voordeel, want hierdoor ligt het park dicht bij de mensen en zullen er minder autobewegingen ontstaan. Er komt overigens een parkeerterrein, gelegen aan een snelweg, met circa 2000 plaatsen. Daarnaast ligt het park op loopafstand van het station. Men zal in de toekomst proberen het gebruik van het openbaar vervoer te bevorderen. Archeon zal gericht zijn op dagtochten, waarbij de bezoeker gemiddeld niet meer dan 100 km hoeft af te leggen. In de praktijk komt dit dus neer weer voornamelijk neer op bezoekers uit de Randstad. Uit het buitenland, vooral uit België, denkt men 10 tot 15% van de bezoekers te halen.
Over de toegangsprijs bestaat nog geen duidelijkheid. Voorlopig houdt men het er op dat de bezoeker van Archeon voor de toegang ongeveer 17,50 gaat betalen. Nogal wat aanwezigen vonden dit bedrag aan de hoge kant. Uit het onderzoek bleek echter dat mensen bereid zo'n bedrag te betalen. Er wordt iets anders geboden dan in bijvoorbeeld een museum; het is een andere manier om zichzelf te vermaken. Drs. M. van der Reyden, beleidsmedewerkster op het ministerie van WVC, voegde er aan toe dat de prijs niet allesbepalend is. De hoogte van de toegangsprijs is vrij bescheiden ten opzichte van het totaal aan bijkomende kosten, zoals het vervoer.
Slot
De themadag Archeon en de verbeelding van het verleden bood de aanwezigen de kans om meer te weten te komen over opzet, invulling en uitvoering van het toekomstige archeologische themapark en over zijn relatie met de wetenschap, de musea, het onderwijs en recreatie en toerisme. Wat de aanwezigen betreft zijn er twee dingen op te merken. Ten eerste was men opvallend eensgezind in de gedachte dat Archeon een waardevol en veelbelovend project is, waar de Nederlandse archeologische wetenschap op allerlei terrein voordeel van kan hebben. Die eensgezindheid kwam zeker niet alleen voort uit het feit dat zich onder het publiek velen bevonden die al op een of andere manier bij Archeon betrokken waren, en evenmin uit een gebrek aan kritisch vermogen bij de rest. Uit de vragen en discussies kwam bij herhaling duidelijk naar voren dat de verhouding wetenschap-recreatie in het Archeon nauwlettend in het oog moet worden gehouden, wil het park de goede wil van archeologische zijde blijven behouden. Die goede wil is er nu, zoals gezegd, in hoge mate.
In welke mate deze positieve grondhouding door de wetenschappelijke instituten wordt gedeeld, is onduidelijk doordat -- en dat was het tweede opvallende verschijnsel op deze dag -- die instituten massaal verstek lieten gaan. Een verklaring hiervoor is niet te geven maar teleurstellend is de afwezigheid van de (universitaire) wetenschappelijke wereld wel omdat het daar gedane onderzoek door Archeon zal moeten worden vertaald. Het element 'archeologie en publiek' kwam ruimschoots aan de orde en de dag was voor de directe doelgroep van de VAP dan ook rijk gevuld; met een soortgelijke sessie waarbij wat meer op de archeologie wordt ingegaan zouden zowel Archeon als de thuisblijvers hun voordeel kunnen doen.
inhoudsopgave | vorig artikel | volgend artikel | alle artikelen
|