Archeologie en Publiek

jaargang 1 nummer 1, december 1990

 

HET ZELFBEELD VAN DE ARCHEOLOOG. ANALYSE VAN EEN DOCUMENTAIRE

Riemer Knoop

De VPRO-televisie wijdde de vierde aflevering van de serie De Profs op 30 september 1990 aan archeologe Marianne Maaskant, gewoon hoogleraar klassieke archeologie aan de RUG. De bedoeling van de makers van de serie was om bijzondere vrouwelijke hoogleraren te portretteren. De uitzending viel niet goed bij de archeologische collega's. Hieronder een analyse.

Maaskant werd geportretteerd in haar werksituatie in Satricum (Italië) waar haar instituut al 14 jaar nederzettingsopgravingen verricht. De makers kozen voor een persoonlijke emotionele benadering waarbij alleen Maaskant zelf aan het woord zou komen, sporadisch onderbroken door direct aan haar maar 'buiten beeld' gestelde vragen of opmerkingen van de samensteller-regisseur. De invalshoek en rode draad van het programma was actueel en ongekunsteld.
In grote lijnen verliep de inhoud als volgt: de eigenaar van de opgravingsterreinen weigerde het Groningse team de toegang tot de akropolis van Satricum. Mede door het werk van de Nederlandse archeologen was het stadsgebied tot monument verklaard en daarmee onverkoopbaar geworden. De eigenaar eiste zwart op wit een opgravingsconcessie te zien, die echter bij uitzondering nog niet as gearriveerd. Resultaat was dat het toegangshek tot de akropolis gesloten bleef. In plaats van te graven besloot Maaskant om met haar 30-koppig team dan maar vondsten te bewerken en een kleine tentoonstelling in te richten. Onderwijl probeerde ze, met de camera in haar nek, burgemeester en wethouders van de provinciehoofdstad Latina te bewegen te harer faveure te interveniëren bij de dwarsliggende grootgrondbezitters. Wat jammerlijk mislukte. De uitzending had dan ook als ondertitel meegekregen: 'een beschamende tocht door de Italiaanse bureaucratie'.
Behalve actiescènes rond dit thema, bestaande uit confrontaties en nul op rekest-situaties ten gemeentehuize, waarbij Maaskant haar kloeke eerste publicatie over de opgravingen als lokkertje voor B en W probeerde te gebruiken, bevatte de 40 minuten durende uitzending korte blokjes met Maaskants visie op haar werk, beelden van de site, bewerking van bijzondere vondsten, gedachten over de rol van de vrouw in de archeologie (wat leidde tot verrassende uitspraken als 'archeologie is een typisch vrouwenvak'), haar relatie tot de exotische Etrusko-Italische terracotta plastiek, een bezoek aan en kritiek op Italiaanse zusteropgravingen en actiebeelden van het opzetten en de opening van de tentoonstelling waar men tevergeefs wachtte op de wethouder die had toegezegd te zullen openen. Broze mijmeringen in de korenvelden op de hellingen van de akropolis en sfeeropnames van de streek en van het Renaissance paleis in Rome waar het nationale Etruskische museum 'Villa Giulia' is gehuisvest, completeerden de impressies.

De reacties van de Nederlandse collega's varieerden van vervangende schaamte over de onbeholpenheid in de omgang met de lokale overheid tot verdriet over de gemiste kans de tv-kijker een samenhangend verhaal over Nederlands archeologisch werk in het buitenland te vertellen. Ook noteerde ik boosheid over het kennelijk gebrek aan intellectueel niveau dat uit het portret naar voren kwam, terwijl men het Maaskant nogal kwalijk nam dat ze de Italiaanse manier van opgraven (grondsporen volgen in plaats van couperen) en conserveren (betonnen muren eromheen) voor de camera afkraakte. Ontzetting was de reactie op haar mening dat de beoefening van de archeologie vooral een vrouwenaangelegenheid is: nijver documenteren en classificeren. Gemeenschappelijk aan vrijwel alle reacties was de weerzin tegen het loser-imago: de Nederlandse archeologen worden in Verweggistan niet serieus genomen, wat niet onlogisch is want wat ze er doen is onbegrijpelijk en tamelijk triviaal. Vooral de tragikomische vertoning van de nooit opdagende wethouder die het tentoonstellinkje moest openen schoot menigeen in het verkeerde keelgat.

Tegenover deze kritiek wil ik enige overwegingen van een denkbeeldige buitenstaander maken.
Allereerst worden tv-programma's niet voor de paar honderd archeologen in ons land gemaakt maar voor een veel groter publiek. En daarmee zijn we gelijk midden in het probleem van 'voorlichting' in het algemeen. De manier om over je vak te communiceren zal in de taal van de doelgroep moeten gebeuren, anders kwam men wel op je college. De taal van de doelgroep is grijzer en eenvoudiger naarmate de doelgroep breder is. Gelukkig bestaat het late-zondagavond VPRO-publiek globaal uit 35-plussers en Volkskrantlezers met gemiddeld HBO en hoger, waarmee de programmamaker in elk geval niet op zijn hurken hoeft te gaan zitten om te communiceren. Dat men zich desondanks nogal van zijn collega's kan vervreemden door niet in hun eigen taal maar in die van 'het' publiek te communiceren is inherent aan massacommunicatie.
Ten tweede, en eigenlijk veel belangrijker, is de bedoeling van de programmamaker. Zijn doel was om een portret van een vrouwelijke hoogleraar te schetsen, niet om een educatief programma te maken, noch om vakvoorlichting te geven en al helemaal niet om reclame te bedrijven. Daarvoor kan men bij Teleac, RVU en STER terecht. Het aardige nu is dat door de vorm van een portret de kijker tevens, gratis en voor niets, over de schouder van de geportretteerde heen iets iets over archeologie verneemt. De uitzendbaarheid nu van een gefilmd portret hangt nogal af van hoe dicht de kijker bij de gefilmde persoon kan komen. En dat is in tv-termen vooral het geval wanneer iemand als Maaskant direct en emotioneel is, en juist niet wanneer ze college staat te geven. Vandaar de broosheid die iedereen opgevallen was. Die zou ik als programmamaker ook geselecteerd hebben, omdat die nu juist bij uitstek geschikt is voor tv-communicatie. Anders lees ik wel een boek.
Ten derde is er een makersprobleem. Een documentaire vertelt met beelden en emoties. De filmische kwaliteit nu van de documentaire staat als een paal boven water. Prachtige beelden, fantastisch licht, zeer vakkundig gemonteerd, mooie beeldwisselingen, precies de juiste muziek en dat alles zonder op een foute manier (Ontdek je plekje) aan Schönfilmerei te doen. De ronduit poëtische beelden in de Villa Giulia mogen misschien wat pretentieus overkomen ('wat heeft dàt nou met het métier te maken?'), maar het métier heeft zo zijn eisen. De maker heeft bovendien trouw het drama gevolgd dat zich helaas aandeed: de concessie was er nog niet dus er werd niet gegraven. Wat rest is woede en de onbeholpenheid hoe hierop te reageren. Dat de collega's in den lande daar zelf anders op zouden hebben gereageerd en het niet met Maaskant eens waren is een inhoudelijk probleem waar de maker geen boodschap aan heeft. Hij heeft juist een perfecte oplossing gevonden door de in het water gevallen opgraving om te vormen tot Leitmotiv: de tot niets leidende tocht door de Italiaanse burelen die er het gevolg van was. Het beeld dat daarmee werd geschilderd klopt met de werkelijkheid, maar laat misschien een voor vakbroeders minder aantrekkelijke kant zien. So what? Het levert in elk geval wel onderhoudende televisie op. En daarmee kom ik op het eigenlijke probleem. Er zou, zo bespeurde ik, wel eens een verschil kunnen bestaan tussen het beeld dat archeologen van zichzelf hebben en het beeld dat bij het publiek leeft. Dat is een probleem voor de archeologen, niet voor de samenleving. Dat probleem wordt onderkend door de brenger van het slechte nieuws te verketteren ('slechte uitzending!'), een niet ongebruikelijke methode overigens. Het is duidelijk dat dat niet oplevert, hoogstens een kortstondig gevoel van zelfgenoegzame tevredenheid.
Maar aan alle leed komt een eind. Het feit dat een archeoloog door de VPRO wordt geschilderd als een mens, met alle menselijke eigenschappen die daarbij horen,geeft ook aan dat archeologen midden in de maatschappij staan en niet alleen als mijnheer (of mevrouw) met witte jas worden gezien.

 

inhoudsopgave | vorig artikel | volgend artikel | alle artikelen