Archeologie en Publiek

jaargang 2 nummer 1, augustus 1991

 

RONDLEIDINGEN IN NIJMEGEN. ERVARING MET PUBLIEK OP DE OPGRAVING EN IN HET MUSEUM

Katja Zee

In Nijmegen bestaat sinds enkele jaren de mogelijkheid om niet alleen een museum met Romeinse vondsten uit de buurt te bezoeken, Provinciaal Museum G.M. Kam, maar ook twee grootschalige opgravingen van Romeinse vindplaatsen. De Katholieke Universiteit te Nijmegen (KUN) graaft op de Hunerberg, achter het voormalige Canisiuscollege, naar een Romeins legerkamp uit de tijd van Augustus. Op hetzelfde terrein bevinden zich de resten van een kampdorp behorend bij de legerplaats dat na 70 na Chr. is gebouwd. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) onderzoekt de sporen van een legerkamp op het Kops Plateau uit de periode van ca. 10 voor Chr. tot 70 na Chr. De opgravingsterreinen liggen dicht in de buurt van Museum Kam, respectievelijk op ca. 200 m en 1 km. De drie instellingen verzorgen op aanvraag rondleidingen voor groepen. Museum Kam is vrij goed bekend bij scholen en andere instellingen die excursies organiseren. De groepen die op een van de opgravingen een rondleiding aanvragen, zijn daar al eens eerder geweest of hebben er via andere bezoekers, bijvoorbeeld docenten, van gehoord. Zowel de medewerkers van het museum als de rondleiders op de opgravingen vonden dat de unieke combinatie van museum en opgravingen bij zoveel mogelijk scholen en instellingen bekend moest worden gemaakt.
In het voorjaar zijn we rond de tafel gaan zitten: Antoinette Gerhartl-Witteveen en Annelies Koster van het Museum Kam, Leo Nellissen en Yolande Wolters die beiden in het museum rondleidingen verzorgen, Roel Hoek van de opgraving van de KUN en de auteur namens de opgraving van de ROB. Er is een lijst samengesteld van alle mogelijke rondleidingen, variërend in tijdsduur van 30 minuten tot een uur. Naast verschillende rondleidingen in het museum, elk met een eigen thema, en de rondleidingen op de opgravingen wordt er ook een rondwandeling aangeboden. Tijdens deze wandeling wordt een bezoek gebracht aan het museum, de twee opgravingen, de plaats waar een stukje muur van het amfitheater in de bestrating is opgenomen en de gereconstrueerde waterput van de legerplaats op de Hunerberg. Verder wordt aandacht geschonken aan de geologische situatie van Nijmegen en omgeving. Voor elke rondleiding moet ƒ 50,- worden betaald. Voorheen waren de rondleidingen op het Kops Plateau en in het museum gratis. Bovendien geldt nu een tamelijk strenge regel voor de grootte van een groep; deze mag niet groter zijn dan 30 man. Een bus vol kinderen moet dus in twee groepen worden verdeeld. Meestal wordt de ene groep in het museum rondgeleid, terwijl de andere een opgraving bezoekt. Daarna wordt er gewisseld. Het is eerder regel dan uitzondering dat groepen te laat komen. Dit wordt voortaan 'bestraft' met een kortere rondleiding. Het komt wel eens voor dat een afspraak wordt afgezegd, omdat een voorafgaand onderdeel van het programma is uitgelopen. Als een groep niet minstens vijf dagen voor de gemaakte afspraak afzegt, dan moet de rekening toch worden voldaan. De afgelopen maanden is deze nieuwe regeling toegepast op groepen die zich aanmeldden bij het museum of de opgravingen voor een rondleiding. De mensen die naar de opgravingen bellen, worden doorverwezen naar Museum Kam, waar de afspraken voor de rondleidingen worden gecoördineerd. Na een telefonische afspraak krijgt de contactpersoon van de groep een formulier toegestuurd met daarop alle gegevens en de spelregels, dat hij ter bevestiging ondertekend moet terugsturen. Dit schept duidelijkheid voor beide partijen.
De begeleiders van de groepen zijn desgevraagd tevreden over de nieuwe regelingen. Het is voor hen prettig dat ze hun afspraken met één instantie kunnen regelen. De beperking van een groep tot maximaal 30 man vinden ze redelijk. Ze beseffen goed dat een grotere groep nauwelijks te hanteren is door de rondleider. De prijs voor de rondleidingen is allerminst bezwaarlijk. Vergeleken met de huur van de bus is zo'n bedrag te verwaarlozen. Van de verschillende mogelijkheden van het pakket rondleidingen wordt nog niet zoveel gebruik gemaakt. De groepen die uit zichzelf bellen hebben hun programma al vaststaan: Museum Kam, eventueel een opgraving en daarna meestal Xanten.
De ideale indeling voor een excursiedag bestaat uit een rondleiding op een van de opgravingen, waar je de vieze scherfjes zelf in je handen mag houden, en dan een bezoek aan het museum, waar de pronkstukken uit de omgeving staan opgesteld. Wanneer deze rondleidingen worden gecombineerd met de rondwandeling, dan is de dag compleet gevuld. De bezoekers krijgen niet alleen een inzicht in het archeologisch veldwerk, maar ook in de chronologische ontwikkeling van dit deel van Nijmegen in de Romeinse tijd, de geologische situatie en de ligging van de vindplaatsen ten opzichte van elkaar. Bovendien geeft het museum een beeld van heel Nijmegen in de Romeinse tijd door middel van een diaserie en de vondsten. Een waardige tegenhanger voor een bezoek aan Xanten.
Dit lijkt misschien te weinig om een hele dag te vullen, maar mijn ervaring is dat de organisatoren van een excursiedag het uithoudingsvermogen van de mensen, meestal schoolkinderen, overschatten. In de regel worden twee groepen gevormd die om beurten het museum en een opgraving bezoeken. De rondleiders in het museum en op de opgraving krijgen dan twee groepen achter elkaar. Het is goed te merken dat de concentratie van de tweede groep sterk is verminderd. Uit enthousiasme wil de leraar dat de kinderen zoveel mogelijk zien, maar vaak wordt het effect tenietgedaan door een te vol programma. Een rondleider moet zich niet te veel illusies maken over wat er blijft hangen van alle informatie, al scheelt het wel veel als leerlingen van tevoren een of meerdere lessen over het onderwerp hebben gevolgd. Tijdens de rondleidingen op het Kops Plateau breng ik het theoretisch gedeelte met de uitleg van de plattegrond van de opgraving en de historische achtergronden zo sober mogelijk, zodat er meer tijd is om vragen te stellen en op het opgravingsterrein rond te kijken. In de putten werken de opgravers gewoon door, terwijl de groepen uitleg krijgen over hun bezigheden. Een vast programma-onderdeel voor de jongere scholieren is scherven zoeken op het reeds opgegraven deel van het terrein. Het is bijzonder fascinerend een scherf op te rapen van 2000 jaar oud, waarvan de rondleider kan zeggen of het een bord of een kruik is geweest en waar het gemaakt is.
De meest gestelde vragen tijdens een rondleiding op een opgraving zijn: 'Hoe weet je zo zeker dat die scherven Romeins zijn?', 'Is het niet mogelijk dat er onder het gele zand nog andere sporen zitten?' en 'Moet je om archeoloog te worden, studeren?' De eerste kennismaking met een opgraving maakt meestal een diepe indruk op mensen. Het besef dat er in Nederland net als in Italië, Griekenland en Egypte wordt opgegraven, is nauwelijks aanwezig. Na een bezoek aan Nijmegen weten ze in ieder geval dat terreinen van groot archeologisch belang eerst worden onderzocht, voordat de sporen worden verwoest door de bouw van huizen, kantoren en wegen.
Op dit moment is er een folder in de maak met subsidie van het Verleden Land-fonds van de Stichting voor de Nederlandse Archeologie, waarin alle mogelijkheden voor een bezoek aan Romeins Nijmegen worden opgesomd. Deze folder zal aan het begin van het nieuwe schooljaar aan scholen en instellingen in de wijde omgeving worden toegestuurd. Een andere folder zal tijdens de rondleidingen worden uitgedeeld. Hierop staat een kaartje met de verschillende locaties en een korte uitleg. Door deze actieve werving zullen wellicht meer mensen Nijmegen als doel voor hun excursie kiezen en zich daarbij niet beperken tot Museum Kam.

 

inhoudsopgave | vorig artikel | volgend artikel | alle artikelen