|
|
|
Archeologie en Publiek
jaargang 3 nummer 1, juni 1992
ARCHEOLOGIE EN TOERISME. EEN BENADERING VANUIT DE TOERISTISCHE SECTOR
Hans van Renen
Mij is gevraagd een lezing te houden met als onderwerp 'Archeologie bezien vanuit de toerist'; een betrekkelijk vrije opdracht die ik persoonlijk heb vertaald in de vraag: 'Hoe krijg ik de toeristen geïnteresseerd voor uw (archeologische) produkt?'
Ik zie u als een bedrijf, een bedrijf met verschillende produkten, of het nu gaat om musea, hunebedden, grafheuvels, urnenvelden, celtic fields, terpen, kerken of kloosters. Hoewel het even wennen zal zijn, zie ik aan de horizon namen als 'Celtic Fields Company' en 'Kasteel-, Klooster- en Kerkterreinen Promotie bv' opdoemen. Vanuit deze optiek zal het u niet verbazen als ik stel dat het antwoord op de bovengestelde vraag -- hoe interesseer ik het publiek? -- moet luiden: door commercieel te opereren! Voer met een commerciële instelling uw bedrijf en boor nieuwe markten aan.
Musea en archeologische monumenten maken op mij persoonlijk een stoffige indruk. Er hangt een sfeer omheen die het grote publiek eerder afstoot dan omarmt.
Stelt u zich de volgende scène voor: een goed geluimde toerist gaat op zijn dagje uit naar een museum en vraagt de kassajuffrouw met de woorden: 'Goeiemorgen moppie, doe mij maar eens een kaartje van je' om een toegangsbiljet. Verschrikt wordt de man aangekeken: wat doet deze cultuurbarbaar in hemelsnaam in ons museum?
Vanaf dat moment wordt de vrolijke toerist voortdurend verwijtend aangekeken en vermanend toegesproken door suppoostenen de wat serieuzer bezoekers. Hij mag niet fluiten, niet aan de spullen zitten, niet op zijn manier genieten.
Daarnaast merkt hij op dat er alleen Nederlandstalige teksten te vinden zijn. Zijn de buitenlandse toeristen niet belangrijk? En geldt dat soms ook voor bijziende bezoekers? Je zou het zeggen als je al die verdomde kleine lettertjes op de vitrineplanken ziet. Teruglopend langs de cassière merkt hij op: 'mooi museum heb je -- maar ik word er niet vrolijker van.'
Een commerciële aanpak zou dit soort situaties voorkomen. Wat bedoel ik in dit verband met 'commercieel'? Mijns inziens moet zo'n aanpak zijn:
- flexibel en creatief;
- marketing-gericht;
- alleen gratis als dat rendement oplevert.
Wat het eerste betreft doe ik u vrijblijvend wat tips aan de hand:
- Er zijn verschillende musea met een unieke entourage, zoals het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en het Scheepsarcheologisch Museum in Ketelhaven. Bied die ruimten aan voor exclusieve diners of produktpresentaties.
- Maak uw 'bedrijf' actiever en levendiger door regelmatig wisseltentoonstellingen te organiseren of door te zorgen dat er iets gebeurt, zoals op de scheepswerf van de 'Batavia' in Lelystad het geval is.
- Verzin eens iets werkelijk orgineels, iets afwijkends van het geijkte. Haak bijvoorbeeld in op de populariteit van programma's als Tussen Kunst en Kitsch door particuliere taxatiedagen te organiseren. Bedenk arrangementen samen met de VVV en de hotels en bungalowparken in de buurt. Open de jongerenmarkt door middel van een flitsend aanbod van Pepsi, McDonalds, Levi's, een CD-shop, kledingzaken en dergelijke. Organiseer wedstrijden of prijsvragen voor scholen en loof daarbij eens een echte prijs uit -- een reis naar Egypte bijvoorbeeld -- en niet een geschenkbon van 25 gulden. Vul uw bibliotheek op opzienbarende wijze aan met een nieuw naslagprogramma voor computergebruik.
Met 'marketing-gericht' wil ik zeggen dat u:
- actief de (toeristisch-recreatieve) markt opgaat;
- doelgroepen in binnen- en buitenland identificeert en mailt. Hierbij heeft u baat bij samenwerking met het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT) en de provinciale VVV's.
- Deze instanties kunnen u ook adviseren wanneer u deelneemt aan regionale consumentenbeurzen en nationale en internationale toerist trade beurzen.
- Zorg voor een actief mediabeleid. Nodig journalisten en touroperators uit voor een bezoek. Verspreid regelmatig persberichten (mits voorzien van nieuws). Denk hierbij vooral ook aan de regionale omroepen.
Graag vertel ik u ter illustratie iets over onze ervaringen met het promoten van cultuurhistorische waarden in mijn eigen provincie Flevoland. Zoals u ongetwijfeld weet is er een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische activiteiten en is cultuurhistorisch toerisme een omvangrijke nationale en internationale groeimarkt. In Flevoland wordt door iedereen voortdurend gewerkt aan de uitbreiding, verbetering en versterking van het toeristisch produkt. De nadruk heeft tot dusver vooral gelegen bij sportieve recreatievormen, zoals bijvoorbeeld de watersport. Om echter een volwaardig toeristisch produkt te leveren is het noodzakelijk ook de aandacht te richten op andere vormen van toerisme. In het masterplan Cultuurhistorisch Toerisme, gemaakt in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en WVC, komt duidelijk naar voren dat deelname aan educatieve projecten ook leidt tot een toename van historische activiteiten. Bij de cultuurhistorische aspecten van Flevoland kan men vooral denken aan de inpolderings-geschiedenis. Flevoland herbergt bovendien een schat aan overblijfselen uit het verleden, variërend van prehistorische nederzettingen tot scheepswrakken. Vandaar dat er een archeologisch/historische route ontwikkeld is. Informatie-voorziening aan het grote publiek en de aankleding van specifieke locaties zijn van groot belang.
Een nieuw produkt waarmee Flevoland 'de markt opgaat' is de scheepsarcheologie. We kennen natuurlijk het Batavia-project en het scheepsarcheologisch museum in Ketelhaven. Een nieuwe stichting, Harrier Foundation, genaamd probeert dit produkt -- schip, museum en begraven wrakken &emdash;- in het buitenland aan de man te brengen (Flevoland; het grootste scheepskerkhof ter wereld!).
Tot slot geef ik een korte samenvatting van mijn betoog:
- Archeologie is een toeristisch produkt.
- Om het aan de man te brengen moet er commercieel worden geopereerd.
- Een museumdirecteur is een commercieel directeur.
- De klant is koning.
- Het verdient aanbeveling om samen te werken met het NBT en de provinciale en nationale VVV's.
- Wie niet in staat is om mee te eten uit deze toeristische ruif heeft geen recht van bestaan.
inhoudsopgave | volgend artikel | alle artikelen
|